Informatiekunde.
Tijdens de lessen informatiekunde leren de leerlingen omgaan met de computer en met alles wat daar mee te maken heeft.
Computers worden steeds belangrijker in onze maatschappij.
Een computer is nog lang niet zo gemakkelijk te bedienen als we wel zouden willen. Daarom is het heel belangrijk, dat de leerlingen les krijgen in het gebruiken en de mogelijkheden ervan.
Een onderdeel dat de leerlingen meestal erg interessant vinden, is internet. Ook in het gebruik daarvan krijgen ze les.
Internet is steeds minder weg te denken uit het dagelijks leven van iedereen. Via internet kun je je bankzaken regelen, van alles kopen, vakanties boeken, belastingaangifte doen en ga zo maar door. Internet is heel erg handig voor het zoeken naar informatie. En met e-mail kun je gemakkelijk en goedkoop met andere mensen over de hele wereld contact houden.
Jammer genoeg zijn er (je zou bijna zeggen, natuurlijk) ook gevaren aan internet verbonden. Ook daarover krijgen de leerlingen les.
Het kennismaken met de computer en internet moet gebeuren op een manier die aansluit bij de manier van leren van onze leerlingen. Dat wil zeggen: heel veel praktijk en herhaling.
Als de leerlingen eenmaal geleerd hebben met de computer en internet om te gaan, gaan ze oefenen in het toepassen van wat ze geleerd hebben. Dat gebeurt tijdens de lessen informatiekunde, maar ook in andere lessen.
Ook leren de leerlingen, dat werken met computers gewoon leuk is. Dat je er veel plezier mee kan hebben door er spelletjes op te spelen, of tekeningen te maken. Of dat je er je foto’s op kunt zetten en die dan weer mooi kunt bewerken.
Ook als hobby heeft de computer eindeloze mogelijkheden.
Voordat de leerlingen op school met de computer aan het werk mogen, moeten ze eerst een protocol ondertekenen.
Een protocol is een soort contract, waarin staat wat de leerlingen wel en niet mogen doen met de computer en met internet.